Deze pagina is volledig toegewijd aan één man: mijn vader, François Van Den Branden. Nog steeds aanzien als een van de meest talentvolle en beloftevolle werptrainers kogel- en discuswerpen van België.
Van sprinter tot werptrainer
Als jongeling was mijn vader niet zo met atletiek bezig. Volleybal, kaatsen en voetbal waren voornamelijk zijn sportieve bezigheden. Pas in 1973 (op 34-jarige leeftijd) kwam hij in contact met AC Zele en was hij best heel snel op de 100 en 200 m. Door het interclubcircuit kreeg hij (5 jaar later) ook interesse voor de werpnummers. Zoon Jurgen had de atletiekmicrobe ook te pakken en stilaan groeide een voorliefde voor discuswerpen en kogelstoten.
Vader ging zich bijscholen, volgde federale trainingen (onder George Schroeder) en ontwikkelde zo een eigen visie en concept. Op dinsdag en vrijdag gaf hij dan training aan Kristof en Bart Oste, zoon Jurgen en Nancy De Gucht. Ieder van deze atleten kon dit bekronen met heel goede prestaties en meerdere Belgische kampioenstitels.
AC Zele, AVLO en Vlierzele
Na deze vele mooie momenten kwam een minder fraaie periode. De werptrainingen moesten vaak baan ruimen voor het voetbal, en door jammerlijke reacties en tegenreacties kwam het tot een breuk. Door toedoen van Nancyâs vader werd besloten om naar AVLO te trekken. Daar kreeg hij atleten erbij zoals Peter Van Driessche, Christophe De Ruysscher en Ann De Meersman.
Zijn honger was echter nog niet gestild en hij trok naar Vlierzele Sportief (VS), waar hij kon werken met Tom en Ellen De Keukeleire, Koen Govaert en Kjell Berckmoes. Daarna volgden nog andere toppers zoals Filip en Frederik Eeckhout, Tim Neels en Kris Coene.
De band tussen kampers is veel sterker dan bij lopers. Dit zie je ook op meetings: het zijn vrienden die elkaar door dik en dun steunen. En daartussen probeer ik een soort vaderfiguur te zijn.
Tussen de werpers van AVLO en VS was er geen onderscheid. Vooral de stages in Spa waren steeds topmomenten van samenzijn.
Wat mijn vader echt tegen de borst stuitte, was de desinteresse voor het werpen in de atletieksport: steeds namen de loopnummers de bovenhand.
Zijn laatste woorden
Door zijn vorming en begeleiding kon mijn vader 19 atleten een Belgische titel schenken. Jammer genoeg is mijn vader veel te vroeg gestorven; hij had nog zoveel plannen.
Op zijn sterfbed fluisterde hij me toe (tot op heden voor mezelf gehouden):
Zie je atleten graag en steun ze met heel je hart. Ook al heb je het zelf moeilijk: âtrainer zijnâ is een niet te onderschatten passie en geeft heel wat druk op jezelf. Dat zien velen niet, ook je atleten niet.
Elke atleet is voor mij gelijk.
Zonder zijn echtgenote, steun en toeverlaat mama Mia zou hij dit echter nooit hebben bereikt. Wat mijn moeder heeft bijgedragen aan de verschillende atletiekclubs, is immens en bewonderenswaardig te noemen.
Mijn vader stond op met atletiek en ging slapen met atletiek. Zijn visie en passie probeer ik nog elke dag te verwezenlijken. We missen je nog elke dag.
Zijn erfenis
Vandaag zijn heel wat van zijn atleten zelf trainer geworden. Om er maar enkele te noemen: Filip Eeckhout (FET Throwers), Joachim Cordeel en Marliese De Leeuw zijn uitstekend bezig en hebben fantastische atleten. Mocht mijn vader dit nog hebben mogen meemaken, wat zou hij trots geweest zijn op jullie.
